Veel overeenkomsten tussen Achterhoek en Twente

Door Hans Suurmond, coördinator volkshuisvesting Achterhoek (2011-2018) en senior adviseur wonen Advest

Een dalend aantal inwoners, jongeren die wegtrekken en een groeiende groep ouderen. Ontwikkelingen waar grote delen van het land mee te maken krijgen. De Achterhoek heeft in de afgelopen tien jaar veel ervaring opgedaan rond deze demografische ontwikkelingen. Wat betekent dat bijvoorbeeld voor een regio als Twente?

Net als in veel andere regio’s kunnen bestuurders in Twente nog maar moeilijk wennen aan het idee dat de veranderingen in de opbouw van de bevolking grote gevolgen gaan hebben voor wonen, werken en voorzieningen. Sinds de crisis voorbij is en er grote groepen statushouders zijn ingestroomd, is er geen vuiltje aan de lucht, zo lijkt het. Maar dat is korte termijn; in de komende decennia gaat er wel degelijk fundamenteel iets veranderen. Het is een kwestie van kijken. Als je je richt op 2030, dan valt het allemaal nog wel mee, maar kijk je tien jaar verder, dan zien we een grote afname van het aantal ouderen, de babyboomgeneratie. En zij vormen, zeker straks, de grootste groep in de huizen van de woningcorporaties.

Achterhoek: anders kijken

In de Achterhoek hadden we zo’n tien jaar geleden de focus op het regionale niveau. Corporatiebestuurders, wethouders volkshuisvesting en de gedeputeerde wonen bespraken de ontwikkelingen op het gebied van wonen en hoe ze daar op moesten reageren? Door te gaan monitoren kwamen we er achter dat we meer wilden weten over de gevolgen op gemeentelijk niveau. Daar worden wethouders door hun raad immers op ‘afgerekend’. Inmiddels zijn we in de Achterhoek achter gekomen dat we nog een slag dieper moeten: naar het kernniveau. Uit recent woningmarktonderzoek bleek dat de verschillen tussen de kernen onderling groot zijn. Waar in de ene kern de bevolking afneemt, groeit die nog in een andere kern. Niet overal ontstaat leegstand in dezelfde mate. En niet overal kunnen alle voorzieningen in stand worden gehouden. Er moeten keuzes gemaakt worden en maatwerk geleverd worden. Dat maakt het complexer, maar in mijn ogen ook interessanter.

Samenwerken steeds belangrijker

Waar aan de ene kant in het beleid en de aanpak gekeken wordt naar een lager schaalniveau, wordt aan de andere kant ‘opgeschaald’. Op regionaal niveau hebben in de Achterhoek bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid elkaar gevonden in het besef dat oplossingen alleen haalbaar zijn als er intensief wordt samengewerkt. Met elkaar in gesprek zijn, leidt tot meer begrip en daarmee tot meer succesvolle projecten en tot meer innovatie. Dat is hard nodig, want de vraagstukken worden steeds complexer. Zo werkt de Achterhoek aan een betere aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de Achterhoekse bedrijven. En denk bijvoorbeeld aan wat er moet gebeuren om de hele regio aardgasvrij te maken.

Een goed begin

De Twentse woningcorporaties, verenigd in WoON, hebben een routekaart voor de woonopgaven ontwikkeld. Daarin is sprake van een afgestemde en afgewogen aanpak, gericht op het toevoegen van wat er ontbreekt. Gezocht wordt naar een balans tussen de aanpassing van de bestaande woningvoorraad en de uitbreiding met nieuwe woningen, waarbij elke woning raak moet zijn. Het EIB heeft op basis van de toekomstprognoses de kansen in beeld gebracht en daarbij ook sterk ingezoomd op de kwalitatieve woningvraag. Ook is er een monitoringsysteem opgezet om de ontwikkelingen te kunnen volgen. Maar de Achterhoek laat zien dat er meer nodig is: een bredere kijk naar het woonvraagstuk en meer samenwerking over institutionele en sectorale grenzen.

Uitdagingen

Er liggen dus volop uitdagingen voor een regio als Twente. De corporaties richten zich uitsluitend op de sociale huurvoorraad. Er ligt een uitdaging in de samenwerking tussen huur en koop, omdat een brede benadering van het woonvraagstuk nodig (b)lijkt te zijn. Er is aanleiding om over institutionele en sectorale grenzen met elkaar in gesprek te gaan. Het is nuttig om niet alleen te kijken naar de situatie nu en morgen, maar ook over enkele decennia. En, zoals in zoveel regio’s, de aandacht moet van kwantiteit naar kwaliteit. En daarmee bedoel ik een kwaliteit, die door de samenleving (lees: het dorp of de wijk) wordt gewenst. Daarvoor moet je in gesprek gaan en durven loslaten en ruimte geven aan initiatieven van onderop. En dat is kansrijk in een regio als Twente, waar het noaberschap nog in de genen zit. Het enige echte verschil met de Achterhoek is, dat je naoberschap daar net iets anders spelt …..

Aan de slag

Zet dus samen een stip op de horizon en ga daarbij uit van de kracht van de regio: enerzijds een regio met veel innovatiekracht en samenwerkingsbereidheid, anderzijds een gebied met rust en ruimte. En besef daarbij dat groei overgewaardeerd wordt in onze samenleving. Dit vraagt om een frisse blik op de demografische veranderingen, die om een creatief antwoord vragen. De oplossingen liggen voor het oprapen, op het gebied van mobiliteit, via internet, op het terrein van samenwerking en innovatie.