Toekomstbestendige zorg dankzij technologie

Arbeidstekorten dreigen de bottleneck te worden om voldoende en kwalitatief hoogwaardige zorg te bieden. Ook in krimpgebieden speelt dit volop. Jonge mensen trekken weg voor een opleiding elders en keren vaak niet terug. Tegelijkertijd stijgt de zorgvraag omdat de achterblijvende bevolking vergrijst. Een ander dienstverleningsmodel lijkt onontkoombaar om toekomstbestendige, goede zorg veilig te stellen. Oplossingen worden veelal gezocht in substitutie naar de eerste lijn en samenwerking tussen zorg en welzijn. De inzet van technologie speelt vooralsnog een minder grote rol in de praktijk. Uit de ervaringen van pioniers blijkt dat daar wel kansen liggen.

In opdracht van het ministerie VWS heeft onderzoeksbureau Ecorys deze zomer een onderzoek uitgevoerd naar de rol van medische technologie voor ‘zorg op de juiste plek’. Onderdeel van de studie zijn enkele praktijkvoorbeelden waarbij technologie wordt ingezet voor chronische zorg (Slingeland ziekenhuis) en begeleiding van mensen met een licht verstandelijke beperking (Philadelphia).

De resultaten van beide cases zijn zonder meer goed. Uit interviews kwam naar voren dat zorgverleners een grotere caseload aankunnen, de kosten van zorg dalen en gezondheids-resultaten verbeteren: cliënten ervaren meer zelfregie, chronische patiënten hebben minder last van acute problemen (exacerbaties) omdat eerder kan worden bijgestuurd. Het aantal ziekenhuisopnames is daardoor gedaald.

Patiënten meten en monitoren zelf hun vitale waarden

Het Slingeland ziekenhuis in de Achterhoek heeft moeite om geschikt personeel te vinden op alle niveaus, van verpleegkundigen tot specialisten. Dat was de aanleiding om samen met thuiszorgorganisatie Sensire een plan uit te werken om mensen beter thuis te begeleiden en minder afhankelijk te maken van zorg en zorgprofessionals. Met het concept ‘In Beeld!’ is gekozen voor versterking van zelfmanagement bij patiënten met ernstige vormen van COPD en hartfalen. Dankzij eenvoudig te hanteren apparaten kunnen patiënten zelf hun vitale waarden, zoals gewicht en bloeddruk, meten en monitoren. Zij geven die waarden ook door aan een medisch servicecentrum (MSC) via een tablet. Bij afwijkingen neemt het MSC via beeldscherm contact op met de patiënt. De patiënt kan ook zelf contact opnemen. Indien nodig komt een verpleegkundige aan huis en bij de meer medische vragen kijkt de specialist (op afstand) mee. Periodieke controles in het ziekenhuis zijn niet langer nodig.

Philadelphia ontwikkelde naar aanleiding van de decentralisatie van de Wmo beeldscherm begeleiding: ‘Digicontact’. Dat vormt onderdeel van een nieuw dienstverleningsconcept, bedoeld om de kwaliteit van ambulante ondersteuning op peil te houden bij de fors lagere vergoedingen die gemeenten bieden. Bovendien vond de organisatie het meer van deze tijd dat cliënten direct ergens terecht kunnen met hun vragen in plaats van te moeten wachten op het bezoek van hun persoonlijke begeleider.

In beide cases reageren patiënten en cliënten positief op het nieuwe zorgconcept: de tevredenheid is hoog. Het merendeel van hen, ook ouderen, kan goed overweg met de technologie. De toepassing is zeer eenvoudig gemaakt door inbedding in gebruiksvriendelijke applicaties. Patiënten en cliënten geven aan dat zij zich veiliger voelen en meer regie over hun eigen leven ervaren door de permanente (mogelijkheid tot) verbinding met zorgverleners: er wordt over hen gewaakt en zo nodig is er altijd hulp bij de hand.

‘Sociale innovatie’ met hobbels

De zorgorganisaties in deze voorbeelden hebben wel de nodige hobbels moeten nemen om het nieuwe zorgconcept door te voeren: de ontwikkeling van nieuwe zorgpaden en protocollen, scholing en begeleiding van personeel en nieuwe rollen en verhoudingen in de teams vroegen om een forse (tijds)investering. Deze ‘sociale innovatie’ bleek meer voeten in de aarde te hebben dan de technologie an sich. Ook moesten passende financieringsvormen worden gevonden. In de Wmo blijkt dat eenvoudiger dan in de meer centralistische Zorgverzekeringswet (Zvw). Toch is ook dat gelukt, dankzij de aansprekende gezondheidsresultaten die al snel zichtbaar werden. Samen met Menzis is een financiële innovatie ontwikkeld: integrale financiering voor alle zorg voor de COPD en hartfalen populatie. De verzekeraar financiert de kosten van technologie, die worden terugverdiend door de daling in ziekenhuisopnames.

Zorg minder arbeidsintensief, de kwaliteit is toegenomen

De belangrijkste doelen zijn verwezenlijkt: de zorg is minder arbeidsintensief en de kwaliteit is zelfs toegenomen. Deze technologieën lijken bovendien de kosteneffectiviteit te verhogen: in de Wmo lijkt de kwaliteit van begeleiding op peil te blijven ondanks lagere vergoedingen, de kosten van chronische zorg zijn met zo’n 5 procent gedaald (exclusief de besparingen op ziekenhuisopnames). Nu de nieuwe zorgconcepten eenmaal zijn ingeburgerd en het gebruik van technologie ‘gewoon’ is geworden, gaan de ontwikkelingen snel. In de Achterhoek wordt gekeken of In Beeld! ook beschikbaar kan komen voor Parkinson en diabetespatiënten. De focus op preventie en gezondheid vraagt om meer samenwerking met gemeenten, die meeprofiteren van het nieuwe zorgconcept omdat zij besparen op bijvoorbeeld vervoer voor ziekenhuisbezoeken. Ook andere vormen van technologie vinden makkelijker ingang, zoals bijvoorbeeld een ‘slimme bril’ om op afstand mee te kijken bij wondzorg. Het MSC is verzelfstandigd onder de naam ‘Naast’ en biedt zijn services aan voor zorgaanbieders in het hele land. Hetzelfde geldt voor communicatiecentrum DigiContact. Inmiddels testen of gebruiken meerdere organisaties de inzet van Digicontact voor ondersteuning van mensen met een verstandelijke of psychische beperking, jeugdzorg, dementiepatiënten en hun mantelzorgers. Het kan daarbij gaan om zelfstandig wonen, begeleid werken, groepswonen en de afbouw van begeleiding.

Deze voorbeelden laten zien dat 21e eeuwse technologie kansen biedt om met het beschikbare personeel, voldoende en goede zorg te bieden. Onderscheidende elementen zijn de nieuwe communicatievormen die patiënten en cliënten daadwerkelijk een rol als partner in de zorg geven. Samenwerking met de eerste lijn is onmisbaar voor nabijheid van zorg waar nodig. In krimpgebieden, waar personeel schaars is en de afstanden groot zijn, kan technologie weleens hét verschil gaan maken voor toekomstbestendige, hoogwaardige zorg.

Meer informatie

De rapporten van Ecorys ‘The future of the medical technology market’ en ‘The role of medical technologies and devices for patient-centred care’ kunt u via deze link downloaden.