Rekenkamer Zeeland wil grotere rol provincie in woonbeleid

De provincie Zeeland moet een grotere vinger in de pap krijgen bij het woningbeleid, adviseert de Zeeuwse Rekenkamer. De provincie heeft al het initiatief genomen voor een Zeeuwse Woonagenda. Die weg – verbinden, aanjagen en kennisdelen – moet verder worden ingeslagen. Gemeenten moeten beter worden ondersteund en regionale woningbouwafspraken moeten op elkaar worden afgestemd.

De verwachting van de provinciale prognose (2019) is dat er in Zeeland de komende twintig jaar er 11.500 huishoudens bijkomen. Voor een groot deel gaat het om een- en tweepersoonshuishoudens van 65-plussers. De vraag naar levensloopbestendige woningen in steden en kernen met voorzieningen zal toenemen.

De huizen die vrijkomen zijn lang niet allemaal geschikt. Twee derde van de Zeeuwse woningvoorraad is kwetsbaar. Dat wil zeggen: lastig energieneutraal of levensloopbestendig te maken of om een andere reden niet in trek. Van de kwetsbare voorraad is:

  • 61 procent in particuliere koop,
  • 29 procent is een corporatiewoning en
  • de overige 10 procent betreft particuliere huur.

Van 5600 woningen is zelfs de kans op leegstand en achteruitgang groot. Deze zijn verspreid over alle regio’s, maar er zijn sterke verschillen: Ongeveer 40 procent staat in Zeeuws-Vlaanderen, 30 procent op Walcheren en 17 procent op de Bevelanden.
Met name woningen die gebouwd zijn tussen 1940 en 1970 zijn verouderd en lastig energie-neutraal en/of toekomstbestendig te maken. De Provincie Zeeland heeft relatief veel van deze woningen als gevolg van de wederopbouw na de Tweede-Wereldoorlog en de Watersnoodramp van 1953. Zeeland kent ook relatief veel kleinere woningen in particulier bezit.

Lees verder (PZC)

Zie ook: rapport Wonen in Zeeland (Rekenkamer Zeeland, 11 november 2021)