Arme regio's in Europa blijven meestal zwak, ondanks subsidie

Twee studies van de ING en het IMF komen tot dezelfde conclusie. “Terwijl het sommige Europese regio’s heel goed gaat, slagen andere er maar niet in om tot herstel te komen”, dat is de conclusie van de ING-studie ‘Divided Europe’ over hoe het de regio’s in de EU-landen de afgelopen tien jaar is vergaan. Het IMF komt met een vergelijkbare conclusie in de working paper ‘The Great Divide: Regional Inequality and Fiscal Policy’: de regionale verschillen zijn ‘hardnekkig’, de kans is 70 procent dat achterblijvende regio’s ook achterblijver blijven. De Groningse hoogleraar Steven Brakman bevestigt dit beeld in het Financieele Dagblad: de regionale verschillen zijn ‘heel bestendig’. “De achtergebleven gebieden van vijftig jaar geleden zijn dat nu nog steeds. Daar heeft de opkomst van de diensteneconomie niets aan veranderd.”

Volgens de economen van de ING zijn de volgende factoren bepalend hoe snel de economische ontwikkeling van een regio verloopt:

  • de urbanisatiegraad
  • de beschikbaarheid van snel breedbandinternet en
  • de uitgaven per hoofd van de bevolking aan Research & Development
  • een groot aandeel van goed opgeleide mensen.

Volgens het IMF zijn de verschillen tussen de regio’s in de rijke landen toegenomen omdat de arbeidsmobiliteit is afgenomen. Werknemers zijn minder bereid te verhuizen naar een andere regio of land om daar een beter betaalde baan te vinden.

Lees verder (Het Financieele Dagblad, 1 mei 2019)

Zie ook: