Groei leidt niet tot meer geluk

Het herzien van het clichébeeld dat groei per definitie goed is, is één van de grootste uitdagingen van onze tijd. De huidige op kwantitatieve rationaliteit gebaseerde invulling van het begrip stelt groei gelijk aan succes. Maar staat groei wel gelijk aan een hoger niveau van welbevinden? Niet per se, stelt de ‘Brede Welvaartsindicator (BWI)’.

groei-leidt-niet-tot-meer-geluk

De Brede Welvaartsindicator (BWI) is in 2016 opgezet door de Rabobank en Universiteit Utrecht. Het definieert ‘Brede Welvaart’ aan de hand van factoren als werkgelegenheid, onderwijs, gezondheid, milieu, huisvesting, veiligheid en geluk. Het is een alternatief voor het Bruto Binnenlands Product, dat welvaart definieert in uitsluitend materialistische en monetaire termen. Op 26 januari jl. aanvaardde CBS-onderzoeker dr. Jan Pieter Smits zijn hoogleraarschap Quantification of Sustainability met de rede Measuring what matters: a long-term view of sustainability. Zelfs het CBS gaat geluk meten.

Internationaal gezien winnen indicatoren als de Genuine Progress Index of de Sustainable Economic Welfare ook aan invloed. Dergelijke alternatieve indicatoren komen voort uit de behoefte de gevoelstemperatuur van de samenleving op een andere wijze te meten. Het Bruto Binnenlands Product schiet blijkbaar tekort in het licht van 21e-eeuwse economische, demografische en ecologische vraagstukken. Overigens had de bedenker van het BBP Simon Kuznets het ook nooit zo bedoeld. Volgens hem was het BBP “geen correcte maatstaf voor het meten van welvaart maar niets anders dan de waarde van alle tegen marktprijzen verhandelde goederen in een bepaalde periode”.

uu-grote-steden-scoren-lager

Winner-takes-it-all urbanism

De mythe dat breed welzijn en groei samenhangen, wordt door de ‘Brede Welvaartsindicator’ doorbroken. Steden en stedelijke regio’s scoren fors lager dan de perifere en landelijke gebieden, de inwoner van de Randstad ervaart de laagste brede welvaart in Nederland. Dat is opmerkelijk want groei staat doorgaans gelijk aan succes. De ‘triomf van de stad’ is volop gaande en steden profiteren daar volop van. Maar geldt dit wel voor steden in het algemeen?
Nader beschouwd blijkt de ‘triomf van de stad’ een alternatief feit. Want, de triomf wordt gedeclameerd door een selectieve groep onderzoekers en beleidsmakers die feitelijk refereren aan de zogeheten ‘Superstar Cities’ (Florida). Dit zijn in Europa, de elite-steden die fungeren als ‘magneet en roltrap’ voor talent, kapitaal en beleid. Er is sprake, volgens Richard Florida, van ‘winner-takes-it-all’ urbanism.

Thanks to the clustering force, the most important and innovative industries and the most talented, ambitious and wealthiest people are converging as never before in a relative handful of leading superstar cities and knowledge and tech hubs. – Richard Florida

Rupsje Nooitgenoeg

De lofzang op de ‘triomf van de stad’ wordt in Nederland alom gezongen. Zef Hemel, hogepriester van de groei, pleit onder meer voor een Amsterdam met twee miljoen inwoners (nu 850.000). De “schier eindeloze voordelen” die Hemel ziet zijn onder meer “meer en betere voorzieningen. Denk aan openbaar vervoer, cafés, theaters, winkels, bibliotheken, scholen, parken, stadions, ziekenhuizen”. Hier resoneert nagenoeg letterlijk Florida die stelt dat “the expanding economies of the Superstar Cities spur demand for more and better restaurants, theaters, nightclubs, galleries and other amenities”. Hemel toont zich Rupsje Nooitgenoeg en kent geen grenzen aan de groei.

Kijk naar New York, daar is zoveel meer – Zef Hemel


Echter, getuigt dergelijk Hemels denken niet van een sterke neiging naar nostalgie? Is het streven naar ongebreidelde groei niet gestoeld op achterhaalde ideeën en een verouderd begrip van groei? Druk en drukte eisen hun tol, zo tonen de uitkomsten van de BWI. Dat die druk langzaamaan gevolgen krijgt, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in 2017 meer jonge gezinnen de hoofdstad verlieten dan in de jaren tevoren. Met name de hoogste inkomens, binnen vier jaar na de komst van de eerstgeborene zocht meer dan 50% zijn heil elders. De typische kenmerken van de ‘Superstar Cities’ zoals massa toerisme, de toename van eenvormigheid, stijgende vastgoedprijzen zijn feitelijke negatieve effecten voor een brede groep bewoners. Daarbij, de vruchten van de ‘triomf’ komen volgens een onderzoek van het Planbureau van de Leefomgeving met name terecht bij een kleine elite.

Het tegengeluid op de onwenselijke effecten van ‘winnaar-takes-it-all’ urbanism zwelt aan. Zo stelt professor Bettina Bock dat “zonder investeringen om de leefbaarheid op peil te houden verdere achteruitgang dreigt, omdat de basis voor ontwikkeling wordt ondermijnd: een vitale bevolking en voldoende voorzieningen voor onderwijs, gezondheidszorg en vervoer”. Niet inzetten op groei van hetgeen al groeit maar een diverser spreidingsbeleid. Ook de Rijksbouwmeester neemt stelling, getuige zijn essay getiteld ‘emancipatie van het platteland’ en vraagt zelfs Rem Koolhaas meer waardering voor het platteland in politiek Den Haag. “Doen we dat niet, keert het Randland zich tegen de Randstad en baren we onze eigen Trump of Brexit”. (Gemakshalve stelt Koolhaas het Randland overigens gelijk aan het platteland, maar dat terzijde.)

De gedeelde triomf

Het holistisch perspectief van de ‘Brede Welvaartsindicator’ ontkoppelt groei en positieve brede welvaart. Anders gesteld, je kunt beter in Noord-Drenthe wonen dan in de Randstad. Dat werpt een ander licht op zaken. Daarmee is discussie vanuit de tegenstelling Randstad vs Randland deels onbruikbaar. Want, het beeld dat het Randland langzaamaan afsterft ten faveure van de succesvolle Randstad wordt grotendeels ontkracht door de BWI. Het Middenland is het meest gelukkig, de periferie volgt en de stedelijke regio’s hebben meer en meer last van de onwenselijke effecten van groei.

brede-welvaartsindicator-2017
Bron: Brede Welvaartsindicator 2017

Een beter vertrekpunt voor de discussie over Randland en Randstad is de beleefde brede welvaart. Hoe werken we aan ons geluk door een hogere kwaliteit van onderwijs, gezondheid, wonen en milieu. Dat levert voor de stedelijke groeigebieden andere vraagstukken op dan voor de landelijke gebieden en de stedelijke krimpgebieden. Dat erkennen doet recht aan de diversiteit. Ik zou dan ook willen pleiten een inhaalslag te maken en met name aandacht te hebben voor de perifere kleine en middensteden. Want, ook al is het er goed toeven, het risico van verdere uitholling van de kwaliteit door de Randstedelijke aanzuigende werking ligt op de loer. Het versterken van de regionale verzorgingsfunctie versterkt de periferie en houdt de brede welvaart op peil. Dat betekent bijvoorbeeld dat overheidsbeleid als Agenda Stad en Topsectorenbeleid meer divers dient te worden ingevuld, met minder sterke gerichtheid op groei. Zo wordt de ‘triomf van de stad’ een gedeelde triomf, ook voor perifere kleine en middensteden.