Continuïteit huisartsenzorg vraagt om een ministerie van Randland

Door Hans Hof, associé Profs4Zorg, adviseur praktijkhouders eerstelijnszorg, en Frank van Wijck, freelance journalist gezondheidszorg en hoofdredacteur De Eerstelijns.

We weten het al jaren: opvolging van huisartspraktijken is een immens probleem, vooral in ‘Randland’: de provincies ver van de Randstad. Precies ook die provincies waar jonge huisartsen níet naartoe willen voor praktijkvestiging. We weten ook al jaren waarom het een probleem is. De mariniers die dreigden te moeten verkassen naar Vlissingen, wreven ons ondubbelzinnig onder de neus dat Zeeland niet the place to be is (en hetzelfde geldt voor Oost-Groningen, de Achterhoek, Overijssel, Drenthe, Friesland en Limburg). Niet voor jezelf en ook niet voor je partner en kinderen.

Het is mooi dat het ministerie van VWS en de Landelijke Huisartsen Vereniging nu hulp organiseren voor regio’s die tegen personeelstekorten in de huisartsenzorg aanlopen. Het is ook mooi dat ze daarbij adviesbureau Rebel de opdracht hebben gegeven om uiterlijk 1 april 2022 met een rapport met aanbevelingen te komen. Maar dan zijn we alweer twee jaar verder. In tussentijd wordt het probleem alleen maar groter, want de komende vijf jaar gaat veertig procent van de huisartsen met pensioen. Bovendien kunnen we de aanbevelingen inmiddels wel dromen.

Het punt is dat het Rijk nog steeds zijn verantwoordelijkheid voor dit probleem doorschuift naar andere partijen. De zorgverzekeraars worden in stelling gebracht, de huisartsenvereniging, de gemeenten, de provincies. Maar de landelijke overheid laat het afweten. Ze investeert fors in de steden, maar bedient met regiodeals de krimpregio’s maar mondjesmaat. En ze investeert niet in snelle treinverbindingen die helpen om de afstand tussen Randstad en Randland te overbruggen.

Het gevolg is dat initiatieven voor de aanpak van het huisartsentekort in Randland worden gezocht middels digitale praktijken of incentives die jonge huisartsen verlokken een verbintenis voor een paar jaar aan te gaan. Beiden bieden geen structurele oplossing. Die komt er ook niet zolang de overheid niet structureel de leefbaarheid in Randland verbetert, terwijl ze wel de middelen heeft om dit te doen. Investeren in goed openbaar vervoer bijvoorbeeld. Investeren in bedrijvigheid zodat niet alleen de huisarts maar ook de partner werk kan vinden. Investeren in onderwijs. En investeren in cultureel en sportief aanbod dat ook nog vertier biedt in de nieuwe werk- en woonomgeving. Investeren in Randland kortom, dat immers ook gewoon bij Nederland hoort.

Het ministerie van VWS gaat dit niet in zijn eentje bewerkstelligen, en geen enkel ander ministerie. Het vraagt om samenwerking tussen de ministeries van VWS, BZK, EZ, IenW én OCW. Een samenwerking die je feitelijk ook gewoon mag verwachten van een overheid, die immers zelf stelt ‘van iedereen, voor iedereen, altijd, overal’ te zijn. Een credo waaraan ze alleen effectief invulling kan geven door departementen te laten samenwerken om problemen te kunnen voorkomen of oplossen. Het probleem van het huisartsentekort bijvoorbeeld. Creëer dus een ministerie van Randland, dat al die andere ministeries verbindt en overkoepelt met mandaat en middelen van het kabinet om Randland weer aantrekkelijk te maken. Nederland is groter dan de Randstad. Ook daarbuiten wonen mensen voor wie huisartsenzorg essentieel is.