Bevolkingsgroei: er valt wat te kiezen …. ook voor gemeenten

Door Ruud Dorenbos en Koos van Dijken, Platform31

Op basis van de bevolkingsprognose 2020-2070 van het CBS blijft de bevolking van Nederland de komende vijftig jaar groeien. In 2026 zal de grens van 18 miljoen worden gepasseerd en in 2038 de grens van 19 miljoen. De bevolkingsgroei van de afgelopen twintig jaar in Nederland is vrijwel volledig toe te schrijven aan een positief buitenlands migratiesaldo. Ook in de komende decennia zal de verwachte bevolkingsgroei in Nederland daar volledig aan toe te schrijven zijn.

De toenemende migratie vanuit het buitenland is geen natuurverschijnsel, er valt dus wat te kiezen. De demografische trends en ontwikkelingen vragen een expliciet bevolkingsbeleid. Er is een brede blik nodig, het gaat immers om de afweging van alle belangen die in het geding zijn, van het kortetermijnbelang van ondernemers tot de langetermijngevolgen voor de samenleving.

Ter illustratie: nu de coronabrand aan het uitdoven is, steekt een pre-corona probleem – het structurele personeelstekort – meteen weer de kop op. Werkgevers in de zorg, techniek en ICT hebben al tijden lang grote moeite om geschikt personeel te vinden en nu de restaurants weer open mogen, is ook daar meteen een tekort aan personeel omdat degenen die er voorheen werkten nu ergens anders aan de slag zijn. Wat in de zoektocht naar personeel niet gaat helpen, is dat de potentiële beroepsbevolking (na een lichte toename tot en met 2023) zal dalen. In heel Nederland zal het aantal personen tussen 15 en 75 jaar de komende vijftien jaar met 200 duizend personen afnemen en de komende dertig jaar met 500 duizend personen.

Waar moeten de bedrijven het personeel vandaan halen? Uit het buitenland? Dienen de grenzen wijd open gezet te worden voor arbeidsmigranten? De 1½ miljoen mensen die er de afgelopen twintig jaar in Nederland zijn bijgekomen, voor 90 procent als gevolg van buitenlandse migratie (arbeidsmigranten, gezinshereniging, studenten, asielmigranten). Indien de komende vijftien tot dertig jaar de buitenlandse migratie zo omvangrijk blijft als de afgelopen jaren vóór de coronacrisis dan worden de opgaven van gemeenten op het gebied van woningen, infrastructuur, voorzieningen en duurzame energie véél groter dan nu vanuit wordt gegaan. En mogelijkerwijs zelfs helemaal onoplosbaar. Bovendien maakt de economische afhankelijkheid van buitenlandse arbeidsmigranten de regionale economie kwetsbaar. Van vandaag op morgen kunnen de stromen arbeidsmigranten zich verleggen. De uitbraak van de coronapandemie – en het vertrek van vele arbeidsmigranten naar hun herkomstland en familie – heeft dat recentelijk weer eens onder de aandacht gebracht.

Om de personeelstekorten aan te pakken, kan ook naar andere oplossingen gekeken worden. Oplossingen die een aantal structurele zwaktes van de Nederlandse economie aanpakken. De arbeidsproductiviteit laat al decennialang een dalende trend zien, de arbeidsparticipatie is in andere Europese landen hoger, er werken nergens zo veel mensen in deeltijd als in Nederland en er staan nog veel mensen aan de kant die graag zouden willen werken. Als gemeenten, de arbeidsmarkregio’s, bedrijven en maatschappelijke organisaties er niet in slagen de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie aanzienlijk te verhogen dan worden de economische ontwikkelingen, de innovatie, vernieuwing, duurzaamheidstransities en bijvoorbeeld het bouwen van meer woningen aanzienlijk gehinderd. Door juist niet in te zetten op nieuwe arbeidsmigranten wordt meer creativiteit gevraagd om tot een stijgende arbeidsproductiviteit en arbeidsparticipatie te komen. En een krapper arbeidsaanbod zal leiden tot stijgende lonen en betere arbeidsvoorwaarden. Dat leidt, in lijn met de WRR, tot ‘goed werk voor iedereen’ wat tevens essentieel is voor de brede welvaart.

Op lokaal en regionaal niveau is er werk aan de winkel om deze en andere maatschappelijke uitdagingen voor de komende jaren aan te snijden in beleidsvisies en meerjarenplannen. “Hoe vol, druk en divers” men het in gemeente X of regio Y wil hebben, zou daarin een belangrijke plaats moeten hebben. Dan wordt het voor de burger duidelijk welke keuzes er worden gemaakt en waarom. Wordt gekozen voor een deelbelang en een tijdelijke oplossing of voor een publiek belang en een structurele oplossing?