Krimpdorpen houden moedig stand

Voorzieningen verdwijnen, maar dorpsbewoners blijven positief over de leefbaarheid in krimpdorpen. Vooral door hun extra inzet voor het dorp, denkt het SCP.

Terwijl de bevolking in de stad alsmaar stevig groeit, is die op het platteland sinds 2010 aan het krimpen. Binnen het platteland varieert het: in dorpen rond de stad is de bevolkingsomvang min of meer stabiel, in kleine afgelegen dorpen krimpt deze fors.

Op basis van statistische bronnen schetst het rapport een beeld van het dorpsleven van de vijf miljoen Nederlanders die wonen op het platteland en van veranderingen in de dorpen sinds grofweg de millenniumwisseling. Het rapport zoomt in op verschillen tussen typen dorpen. Dit gebeurt aan de hand van een beperkt aantal demografische, sociaaleconomische en sociaal-culturele indicatoren. Ook gaat het rapport in op de ervaren leefbaarheid, sociale samenhang en de inzetbereidheid van bewoners van kleine dorpen.

De publicatie bestaat uit twee delen. De rode draad in het eerste deel is het verschil tussen vier dorpstypen, grote of kleine dorpen die ofwel dichtbij de stad of meer afgelegen liggen. Het meest landelijke dorpstype is de categorie ‘kleine afgelegen dorpen’ (inclusief de buitengebieden), het minst landelijk de categorie ‘grote dorpen bij de stad’. In het tweede deel focussen we op kleine dorpen (tot ongeveer 5000 inwoners) en hun ligging in een krimpregio of daarbuiten.

Zie:
- rapport Dorpsleven tussen stad en land
- Kleine dorpen in krimpregio’s maken het naar omstandigheden goed (Persbericht SCP, 30 maart 2017)
- Het gaat zo slecht niet met dorpen in krimpregio’s (NOS, 30 maart 2017)