Het is tijd voor maatwerk op ministeries

In het nieuwe regeerakkoord is krimp nauwelijks een thema. Wel is er veel aandacht voor regio’s en regionaal maatwerk. In de vorige blog op deze site schreef Elly van der Klauw dat krimpregio’s hierop kunnen inspelen door aandacht te vragen voor specifieke regionale bijzonderheden en beleidsbehoeften, in plaats van zich te profileren als krimpregio. Ik hoop dat de rijksoverheid met ‘regionaal maatwerk’ niet alleen bedoelt dat regio’s zichzelf slim moeten verkopen om voor steun van het Rijk in aanmerking te komen. Zo lang landelijk beleid krimpgebieden benadeelt, is het dweilen met de kraan open.

Waarom werkt de huidige wetgeving nadelig voor krimpgebieden?

Uit mijn scriptie-onderzoek naar het huisvestingsbeleid in krimpregio Parkstad Limburg bleek namelijk dat landelijk beleid vaak gebaseerd is op aannames die niet overeenkomen met de realiteit in krimpgebieden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de nieuwe WMO (2015) en de Woningwet (2015).

De vernieuwde WMO leidde tot een toenemende vraag naar zelfstandige zorggeschikte woningen. Deze vraag is in een vergrijzende regio als Parkstad groter en urgenter dan elders, maar vanwege de statische woningmarkt is zij moeilijk te ondervangen. Met het oog op de grote leegstand is nieuwbouw geen optie. De zorgwoningen moeten daarom binnen de bestaande woningvoorraad gerealiseerd worden, zonder de inkomsten die met nieuwbouw gepaard gaan. Wie betaalt hiervoor? Ouderen in een koopwoning staat het water aan de lippen: zij krijgen hun woning moeilijk verkocht en kunnen dus niet verhuizen naar een zorggeschikte woning. Waar kunnen zij heen, als ze niet voor een intramurale instelling in aanmerking komen? De nieuwe WMO introduceerde bovendien een decentralisering in de zorg die samenviel met een forse bezuiniging op het zorgbudget. Dit komt financieel erg ongunstig uit voor krimpgemeenten, die relatief veel zorggebruikers hebben.

De lokale overheden zoeken steun bij woningcorporaties, maar die zien hun middelen slinken als gevolg van de verhuurderheffing. Bovendien moeten zij sinds de Woningwet meer aan de markt overlaten. In krimpgebieden zijn echter vaak maar weinig private investeerders actief. De gedwongen terugtreding van corporaties creëert hier daarom een vacuüm. De betrokken lokale partijen ervaren dat landelijk beleid de totstandkoming van effectieve oplossingen voor krimp eerder verhindert dan vergemakkelijkt.

Groeiverslaafd

Het is duidelijk dat er bij de totstandkoming van deze wetgeving weinig rekening is gehouden met de belangen van krimpregio’s. Wetenschappers noemen dit het ‘groeiparadigma’, of de ‘groeiverslaving’. Een eeuw van economische en demografische groei heeft zijn sporen nagelaten in onze denkwijze. Het motto van groei domineert het denken van politici en beleidsmakers. Bewust of onbewust belonen zij groei, waardoor krimpregio’s het nakijken hebben. Het behandelen van krimpregio’s als groeiregio’s door ze te onderwerpen aan uniform nationaal beleid leidt tot een verergering van de problematiek.

Wat moet er gebeuren?

‘Regionaal maatwerk’ betekent hopelijk niet alleen een verdere decentralisatie van overheidstaken. Ook aan landelijk beleid – of dit nu van Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid of Infrastructuur en Waterstaat is – moet het besef ten grondslag liggen dat niet heel Nederland groeit. Voor krimpgebieden zijn andere oplossingen nodig. Het Rijk moet deze bieden door, waar nodig, vrijstellingen of regionaal gedifferentieerd beleid voor krimpgebieden mogelijk te maken. Passend rijksbeleid schept een kader waarbinnen lokale partijen aan de slag kunnen met creatieve oplossingen. Het is tijd voor maatwerk op ministeries.

David Louwerse (1993) is MSc Public Policy and Governance en werkt bij Platform31. Voor zijn masterscriptie deed hij een casusonderzoek naar het besturen van krimp in Parkstad Limburg.